De ‘pandulcemeneer’ is zo’n beetje mijn wekker geworden. ‘s Ochtends tussen half zeven en zeven uur komt hij voorbij en word ik wakker. De luide toon waarmee hij zijn zoete brood aanbiedt is bijna een soort zingen en doet me glimlachen, oké ik moet opstaan. Vandaag ga ik mijn eerste huisbezoeken; visitas doen.
Gelukkig is er in de ochtend ‘gewoon’ stromend water en word ik echt wakker – even doorbijten- van een koude douche. Ontbijtje van bananen,(eet ik me echt een ongeluk aan) toast en koffie (mmm). Om 8uur komt Rosalba binnen, ik hoor beneden de deuren slaan. Ik loop naar beneden, ook Karla is er, en omdat zij er de vorige week niet was, staan er voor de komende dagen heel wat bezoeken gepland die ik samen met Karla ga doen. Met zn drietjes drinken we nog een kopje koffie en dan is het tijd om te gaan.
We zeggen Rosalba gedag en we lopen in noordelijke richting, van het centrum af. Halverwege de straat is het afgelopen met de bestrating en is het klimmen geblazen. De huizen zien er ook ineens heel anders uit. Ze staan tegen de heuvel aangebouwd, van baksteen of hout, klein, laag, vierkant, golfplaten op het dak. Op de zand/kiezelstraat die stijl omhoog kronkelt spelen kinderen en lopen honden vrolijk rond te snuffelen. We gaan rechtsaf en klimmen nog een beetje steiler een weggetje in. We komen aan bij een huisje van.. ik schat 8m2. Een oudere dame met een vriendelijk gezicht, gerimpeld, zonder gebit, in versleten kleding, komt ons tegemoet ze omhelst ons en ik krijg een zoen op m’n wang: ‘Welkom, kom verder!
Voor de huisbezoeken hoef je geen afspraak te maken, en of het de normaalste zaak van de wereld is, alsof ze onze komst al verwachtte laat de mevrouw Karla en mij het huisje binnen en biedt ze me een stoel aan. De oude dame woont hier samen met haar dochter en kleindochter. De laatste is aan het werk, de dochter is er wel, ze zit op het bed, tenminste, het is een soort verhoging met wat oude lappen erop. Er ligt één kussen aan het ene uiteinde en twee aan het andere uiteinde van het bed. Ze slapen hier vaak met zn drietjes. Boven het bed is een draad gespannen en hangen kleren vlak boven het bed. Op de vloer van zand ligt een hond met haar pas geboren jonkies. Het ruikt er dan ook naar zand en jonge hondjes (logisch ja). Tegen de wand staat een soort tafeltje waar wat lege flessen, oude potjes en rommeltjes op staan. Tussen de bakstenen muur steken twee oude tandenborstels recht naar voren.
Ik vraag de oude mevrouw hoe zij vind dat het gaat.
‘Goed’ zegt ze. En dan ‘Oké, we zeggen hier goed maar..’en ze vertelt dat de prijs van de bonen zo ontzettend hoog is en ze al 4 dagen geen stromend water. Dit vertelt ze met en glimlach, alsof het een soort burenroddel is. Haar dochter is op dit moment ‘stabiel’. Dat wil zeggen; zij vertelt ons dat ze het gevoel heeft dat ze niet in haar eigen lichaam zit. Vroeger werkte ze, verkocht ze fruit in de straten van Matagalpa, sinds ze ziek is geworden niet meer. Ze begon stemmen te horen en dingen te zien die anderen niet zagen. Op het moment voelt zich moe, ze komt het huisje bijna niet uit. Ze is angstig, en dat gevoel dat haar ziel haar is ontnomen gaat maar niet weg. Volgens moeder en dochter is dit de schuld van een spiritueel genezer, die zou haar ziel ontnomen hebben. Op het moment gebruikt de dochter medicijnen die de psychiater heeft voorgeschreven. Drie keer per dag een halve. Van die gele (hoe heten ze ook alweer..) Die helpen wel iets.
Het toeval wil dat het nu tijd is om een halve tablet in te nemen, maar ‘och’, zegt de oude dame, ‘die krengen krijg je nooit doormidden’. Ze legt er eentje op de tafel, pakt een glazen vaasje en begint daarmee hard op de pil te slaan. ‘Het lijkt wel steen’ zegt ze lachend. Nog een keer hameren met de vaas. De pil vliegt door de lucht en verdwijnt onder het bed. Er zijn er nu nog een paar over, deze week zullen ze naar de apotheek moeten voor nieuwe. Gelukkig vinden ze de te breken pil terug, nog maar een keer heel hard slaan. Nee. Helaas, niet doormidden te krijgen. Dan maar een hele?? Of even wachten, een gift overslaan en vanavond maar weer proberen. Ik vraag of ze misschien een mes hebben? Even zoeken.. ja, ergens komt een mesje tevoorschijn, daarmee lukt het uiteindelijk om het tabletje doormidden te krijgen.
Ik vraag mij af hoe ze dit drie keer per dag doen. Misschien kan de psychiater de volgende keer andere tabletten (de halve dosering) of andere tijdstippen kan voorschrijven? Ze zullen het vragen, zeggen ze. Of anders zo’n hakmachientje, kleine moeite groot plezier denk ik.
Het lijkt zo simpel maar door de omstandigheden is het dat niet. Een bezoekje aan de psychiater betekent lang wachten voor 5 minuten consult en weer buiten staan met een recept en verder geen idee wat de voorgeschreven tabletten zijn, waar ze voor dienen, wat de patiënt mankeert. Laat staan een hakmachientje, nada.
Er volgen die ochtend nog meer indrukwekkende verhalen. Niet alle families leven in zulke extreme armoede als de drie vrouwen maar toch schrik ik elke keer weer van wat ik achter de deurtjes van die kleine huizen aantref: Een moeder bijvoorbeeld, met twee kinderen die beide verstandelijk gehandicapt én psychotisch zijn. De meisjes ijsberen door het huisje, neuriënd, met hun handen op hun oren. De keuken is met een hek afgesloten want als de meiden in de keuken komen gaan ze met alles gooien. Ook mogen ze niet naar buiten want dan lopen ze weg. ‘s Nachts wordt een van de twee regelmatig wakker en begint dan te schreeuwen en heen en weer te rennen. De moeder leeft al jaren ‘met slechts de hulp van God’, de dochters opgesloten in huis en haar echtgenoot aan het werk buiten de stad. Het gezin heeft nauwelijks contact met de rest van de familie, en de buren willen niets van ze weten. Het gezin leeft zowel sociaal als fysiek geïsoleerd in hun huisje. De vader bezoekt eens in de 6 weken de psychiater, zonder zijn dochters want die kunnen niet naar buiten. Het komt er dus op neer dat de vader een recept afhaalt bij de polikliniek. Geen dokter heeft al sinds tijden de meiden gezien. Maar medicijnen krijgen ze wel, en veel.
Als we rond het middaguur terugkeren op het kantoor is het tijd voor de siësta. Rosalba en Karla gaan naar huis en ik haal bruin brood bij de Spaanse buurvrouw. Na het eten kruip ik even in de hangmat; de verhalen van de families gaan door mijn hoofd, hoe kan ik in vredesnaam ook maar íets veranderen aan de situatie waarin zij zitten? Wat kan mijn bijdrage zijn? Het is zo veel en zo indrukwekkend.
Nog even naar buiten dan maar want hier liggen voel ik me alleen maar rottig en machteloos. Hup, naar het internetcafeetje op de hoek. Via skype waan ik me ineens in een kompleet andere wereld; Zo sta je in een klein hutje te klungelen om een pil doormidden te hakken, en zo sta je oog in oog, (zij het met een scherm ertussen) met het thuisfront. Alsof je bij hen thuis bent. Luxe huizen, lekker eten, altijd warm stromend water, en absoluut geen zorgen over of je morgen nog wel inkomsten/ eten hebt. Daar, aan de andere kant van dat scherm/ van de wereld, gaat het leven door, werken, gezellig eten met vrienden, liefdesperikelen, relaties, feestjes, film, sinterklaaskadootjes...
Enigzins van streek door de gedachte dat ik op dit moment van beide, compleet verschillende werelden, deel uitmaak loop ik even later terug naar huis. Het is 14uur en vanmiddag doe ik met Karla bij nog vier families visitas.
We bezoeken drie andere gezinnen, elk met een bijzonder verhaal wat veelal neerkomt op; armoede, ziek gezinslid, geen behandeling of, als er wel medicijnen worden gebruikt dan vaak niet constant en ook zonder kennis waarvoor en wat het precies is. De consulten aan een van de twee psychiaters breng weinig teweeg. Psychisch zieke familieleden dolen wat rond in huis of slapen. En dat is vaak maar beter zo zeggen de familieleden, want zolang ze slapen zijn ze rustig. De moed zakt me kortom bij elk verhaal steeds verder in de schoenen om het zo maar te zeggen.
Maar gelukkig ook goed nieuws. In de middag is de moeder van de twee meiden (die twee die opgesloten leven) s middags op het kantoortje is geweest. Ze heeft gezellig met Rosalba zitten kletsen en ze heeft uitgebreid informatie gekregen over de medicijnen die haar dochters gebruiken. Er leek een wereld voor de vrouw open te gaan. Ook is het hele gezin uitgenodigd voor een recreative bijeenkomst die over een paar weken georganiseerd wordt. De officiële uitnodiging hiervoor moet nog volgen maar de vrouw heeft 100x gevraagd of we haar echt niet zullen vergeten uit te nodigen, zoveel zin heeft ze blijkbaar om een dagje met het gezin ‘uit’ te zijn. En nee, we zullen haar niet vergeten.
Die ochtend tijdens de visitas was ze gespannen, bozig en bleef aan een stuk door praten alsof er al in geen jaren iemand naar haar geluisterd had. Die middag verliet ze tevreden glimlachend het pand, en dat is toch maar mooi een glimlach.