vrijdag 4 februari 2011

Erik



Soms weet ik niet meer wat de dag of de datum van vandaag is. Dat is een goed teken denk ik. Teken dat ik het naar mijn zin heb en dat ik ben ‘gewend’ aan het hier zijn. Vier en een halve maand voelt lang, lang weg van thuis, lange tijd in een compleet andere wereld. Toch gaat de tijd ook erg snel, ik ben al over de helft van mijn reis. Ik ben hier van heimwee- wat doe ik hier, ik wil naar huis, via verbazing en verwondering; wat een warmte, wat een kleurrijke chaos en wat een armoede- naar gewenning gegaan. De gastvrijheid van de mensen en de vanzelfsprekendheid waarmee ze me tegemoet treden is hartverwarmend en dat maakt dat ik me hier thuis voel.

Tijdens het werken voor Cuenta Conmigo merk ik hoe moeilijk het is om te bereiken wat je voor ogen hebt in een land waar meer dan de helft van de bevolking in armoede leeft en waar er vrijwel geen geestelijke gezondheidszorg bestaat. Vorige week stond ik ook in oog met Erik. Door slechts over hem te lezen en verhalen over hem te horen was het al de meest trieste en meest indrukwekkende casus van allemaal. 

Erik is een man van rond de 30 die al ruim tien jaar psychotisch is, waarschijnlijk begonnen toen hij uitkwam voor zijn homoseksualiteit. Sinds een jaar heeft zijn familie Erik opgesloten in een stenen schuurtje met metalen hek/deur achter het huis. Hij komt niet uit zijn schuurtje want dan loopt ie weg.  Het hek blijft dus dicht. S nachts schreeuwt hij hard en houdt hij zijn familie en zijn buren wakker. Overdag praat hij voortdurend in zichzelf, hij brengt al een jaar lang zijn dagen in zijn schuurtje door. Hij heeft geen idee van dag en nacht en krijgt zijn rookwaar en eten door het hek aangereikt. Om hem te wassen moet Erik voor het hek komen staan en de sproeien ze hem schoon met een tuinslang.
Cuenta Conmigo is al een tijdje bij de situatie betrokken en verschillende hulpverleners hebben zich om Erik bekommerd. Hij heeft een tijdje medicatie gekregen, injecties. Ook dit door het hek heen; Erik met zijn ontblote bil tegen t hek, en dan tussen de tralies door prikken. Met de medicijnen die Erik kreeg ging het een klein beetje beter maar volledig psychosevrij is hij niet geweest. Zoals voor wel meer patienten zijn ook voor Erik de nodige medicijnen zijn niet altijd voorhanden of  is er niemand die ze hem kan geven. Erik is op dit moment zonder enige vorm van behandeling. 

De afgelopen weken heb ik samen met Karla vier keer voor de deur van de familie gestaan om Erik te kunnen bezoeken. Steeds werd ons gezegd dat we niet naar binnen konden. Afgelopen week mochten we dan toch even bij Erik kijken. Ik schrok verschrikkelijk. Erik stond daar als een dier in een kooi. Lange haren en lange nagels, ongewassen en in vieze kleren voortdurend hardop pratend, ik kon er geen touw aan vast knopen. Met grote ogen keek hij Karla en mij aan, er ging dreiging van hem uit, het was beangstigend, triest en mensonterend tegelijk. Ik probeerde en kort gesprek; of hij wist waar hij was en wie wij waren. Ik kreeg geen zinnig antwoord, slechts een niet te volgen luide spraakwaterval. Tegen zijn nichtje die ons in de keuken van het huis opwachtte probeerde ik te zeggen dat Erik heel erg psychotisch is, en dat het mij geen slecht idee lijkt weer met de medicatie te starten. Het voelde wat ongemakkelijk want ze keek me super defensief aan en zei niets. Ze knikte alleen een beetje met een flauw glimlachje. Alsof ze wilde zeggen ´jaja, weer zo’n welgemeend advies, mens je weet niet half waar je je het over hebt’.

Karla vertelt me dat de familie heel veel kritiek heeft gekregen van alle kanten. En ik denk bij mezelf ja logisch, het is echt verschrikkelijk wat hier gebeurt. Maar welke keuze hebben zijn moeder en nichtje? Medicijnen zijn er niet altijd of zijn erg duur, er is geen kliniek waar ze hem heen kunnen brengen, de rest van de familie woont of werkt elders en hem aan zijn lot overlaten op straat is ook geen optie. Al een hele tijd leven ze met de psychotische Erik en er is geen zicht op verandering. Daarbij is de familie waarschijnlijk alle commentaar en bemoeienissen van anderen zat. Het lijkt erop dat zijn moeder, die inmiddels de 70 gepasseerd is, zich bij de situatie heeft neergelegd en ik moet eerlijk zeggen dat ik ook niet goed zou weten wat te doen. 

Dit wel een van de meest extreme situaties die ik gezien heb en zijn niet alle psychiatrische patiënten er zo slecht aan toe god zijdank. Op het moment zijn er 50 patiënten en families actief betrokken bij Cuenta Conmigo en er zijn erbij die een stabiel leven lijden. Wel binnen in hun huisjes want werken of een opleiding is voor hun niet weggelegd. Met Cuenta Conmigo gaan we bij ze langs maken we een praatje, geven we voorlichting en kijken we hoe het gaat met de medicijnen. Als het nodig is sturen we de mensen door naar de polikliniek waar de psychiater dagelijks gratis consulten geeft. Dat wil zeggen; hij komt 10 minuten voor afloop van het spreekuur aanrijden in zijn dikke auto en staat in een half uurtje zo’n 20 mensen te woord. Mensen komen dan naar buiten met een stapel recepten en ze halen medicijnen af aan een loket. Soms zijn de voorgeschreven medicijnen niet voorhanden en als ze er wel zijn weten de mensen nooit wat de tabletten zijn en hoeveel ze moeten nemen. Ik blijf proberen om met de psychiater samen te werkenm maar tot nu toe zit hij meer wat met me te flirten dan dat ie moeite doet zich om onze gezamelijke clientele te bekommeren. Tijdens huisbezoeken kom ik er bijvoorbeeld achter dat een moeder de pillen van haar zoon neemt, dat men de dosis naar eigen inzicht verhoogd of verlaagd, dat ze alléén de pillen tegen de bijwerkingen nemen en niet het anti-psychoticum, dat medicijnen kwijtraken en dus al weken niet geslikt worden, of dat er ineens ergens een injectie op is gedoken die een moeder ‘voor de zekerheid’ in haar dochters arm heeft gespoten. De meest bijzondere vraag die mij hier gesteld is: Of het kwaad kan om medicijnen met vuilnis te nemen.. Tja, wat zeg je dan?  Verder is er wat psychiatrie betreft nauwelijks informatie en een héél groot taboe. Sommigen hebben hun hoop gevestigd op dat God hun familielid zal genezen en zijn bang te zondigen als ze naar de dokter gaan of medicijnen gebruiken. Ook krijg ik de indruk dat in de extreem arme gezinnen de dagelijkse zorg voor inkomsten en dus eten voor de hele familie (en die is groot) meer prioriteit heeft dan een psychotisch gezinslid dat op straat rondzwerft en bedelt. Zolang men hem te eten geeft is het ‘oké’. 

Het is moeilijk om de indrukken die ik hier dagelijks opdoe in een blog te omschrijven. Het blijft allemaal zo.. hoe zeg ik het.. Anders. Alles. Voor mij is het een tijd van tegenstellingen. Van armoede en rijkdom, van eenzaamheid en warme contacten, van thuis komen en onderweg zijn en van frustratie en machteloosheid en van hoop en optimisme. Het is als roeien met de weinige riemen die je hebt maar ondertussen wel ontzettend kunnen genieten van al het moois wat je omringt.