donderdag 25 november 2010

Visite

De ‘pandulcemeneer’ is zo’n beetje mijn wekker geworden. ‘s Ochtends tussen half zeven en zeven uur komt hij voorbij en word ik wakker. De luide toon waarmee hij zijn zoete brood aanbiedt is bijna een soort zingen en doet me glimlachen, oké ik moet opstaan. Vandaag ga ik mijn eerste huisbezoeken; visitas doen.

Gelukkig is er in de ochtend ‘gewoon’ stromend water en word ik echt wakker – even doorbijten- van een koude douche. Ontbijtje van bananen,(eet ik me echt een ongeluk aan) toast en koffie (mmm). Om 8uur komt Rosalba binnen, ik hoor beneden de deuren slaan. Ik loop naar beneden, ook Karla is er, en omdat zij er de vorige week niet was, staan er voor de komende dagen heel wat bezoeken gepland die ik samen met Karla ga doen. Met zn drietjes drinken we nog een kopje koffie en dan is het tijd om te gaan.

We zeggen Rosalba gedag en we lopen in noordelijke richting, van het centrum af. Halverwege de straat is het afgelopen met de bestrating en is het klimmen geblazen. De huizen zien er ook ineens heel anders uit. Ze staan tegen de heuvel aangebouwd, van baksteen of hout, klein, laag, vierkant, golfplaten op het dak. Op de zand/kiezelstraat die stijl omhoog kronkelt spelen kinderen en lopen honden vrolijk rond te snuffelen. We gaan rechtsaf en klimmen nog een beetje steiler een weggetje in. We komen aan bij een huisje van.. ik schat 8m2. Een oudere dame met een vriendelijk gezicht, gerimpeld, zonder gebit, in versleten kleding, komt ons tegemoet ze omhelst ons en ik krijg een zoen op m’n wang: ‘Welkom, kom verder!

Voor de huisbezoeken hoef je geen afspraak te maken, en of het de normaalste zaak van de wereld is, alsof ze onze komst al verwachtte laat de mevrouw Karla en mij het huisje binnen en biedt ze me een stoel aan. De oude dame woont hier samen met haar dochter en kleindochter. De laatste is aan het werk, de dochter is er wel, ze zit op het bed, tenminste, het is een soort verhoging met wat oude lappen erop. Er ligt één kussen aan het ene uiteinde en twee aan het andere uiteinde van het bed. Ze slapen hier vaak met zn drietjes. Boven het bed is een draad gespannen en hangen kleren vlak boven het bed. Op de vloer van zand ligt een hond met haar pas geboren jonkies. Het ruikt er dan ook naar zand en jonge hondjes (logisch ja). Tegen de wand staat een soort tafeltje waar wat lege flessen, oude potjes en rommeltjes op staan. Tussen de bakstenen muur steken twee oude tandenborstels recht naar voren.
Ik vraag de oude mevrouw hoe zij vind dat het gaat.
‘Goed’ zegt ze. En dan ‘Oké, we zeggen hier goed maar..’en ze vertelt dat de prijs van de bonen zo ontzettend hoog is en ze al 4 dagen geen stromend water. Dit vertelt ze met en glimlach, alsof het een soort burenroddel is. Haar dochter is op dit moment ‘stabiel’. Dat wil zeggen; zij vertelt ons dat ze het gevoel heeft dat ze niet in haar eigen lichaam zit. Vroeger werkte ze, verkocht ze fruit in de straten van Matagalpa, sinds ze ziek is geworden niet meer. Ze begon stemmen te horen en dingen te zien die anderen niet zagen. Op het moment voelt zich moe, ze komt het huisje bijna niet uit. Ze is angstig, en dat gevoel dat haar ziel haar is ontnomen gaat maar niet weg. Volgens moeder en dochter is dit de schuld van een spiritueel genezer, die zou haar ziel ontnomen hebben. Op het moment gebruikt de dochter medicijnen die de psychiater heeft voorgeschreven. Drie keer per dag een halve. Van die gele (hoe heten ze ook alweer..) Die helpen wel iets.

Het toeval wil dat het nu tijd is om een halve tablet in te nemen, maar ‘och’, zegt de oude dame, ‘die krengen krijg je nooit doormidden’. Ze legt er eentje op de tafel, pakt een glazen vaasje en begint daarmee hard op de pil te slaan. ‘Het lijkt wel steen’ zegt ze lachend. Nog een keer hameren met de vaas. De pil vliegt door de lucht en verdwijnt onder het bed. Er zijn er nu nog een paar over, deze week zullen ze naar de apotheek moeten voor nieuwe. Gelukkig vinden ze de te breken pil terug, nog maar een keer heel hard slaan. Nee. Helaas, niet doormidden te krijgen. Dan maar een hele?? Of even wachten, een gift overslaan en vanavond maar weer proberen. Ik vraag of ze misschien een mes hebben? Even zoeken.. ja, ergens komt een mesje tevoorschijn, daarmee lukt het uiteindelijk om het tabletje doormidden te krijgen.
Ik vraag mij af hoe ze dit drie keer per dag doen. Misschien kan de psychiater de volgende keer andere tabletten (de halve dosering) of andere tijdstippen kan voorschrijven? Ze zullen het vragen, zeggen ze. Of anders zo’n hakmachientje, kleine moeite groot plezier denk ik.
Het lijkt zo simpel maar door de omstandigheden is het dat niet. Een bezoekje aan de psychiater betekent lang wachten voor 5 minuten consult en weer buiten staan met een recept en verder geen idee wat de voorgeschreven tabletten zijn, waar ze voor dienen, wat de patiënt mankeert. Laat staan een hakmachientje, nada.

Er volgen die ochtend nog meer indrukwekkende verhalen. Niet alle families leven in zulke extreme armoede als de drie vrouwen maar toch schrik ik elke keer weer van wat ik achter de deurtjes van die kleine huizen aantref: Een moeder bijvoorbeeld, met twee kinderen die beide verstandelijk gehandicapt én psychotisch zijn. De meisjes ijsberen door het huisje, neuriënd, met hun handen op hun oren. De keuken is met een hek afgesloten want als de meiden in de keuken komen gaan ze met alles gooien. Ook mogen ze niet naar buiten want dan lopen ze weg. ‘s Nachts wordt een van de twee regelmatig wakker en begint dan te schreeuwen en heen en weer te rennen. De moeder leeft al jaren ‘met slechts de hulp van God’, de dochters opgesloten in huis en haar echtgenoot aan het werk buiten de stad. Het gezin heeft nauwelijks contact met de rest van de familie, en de buren willen niets van ze weten. Het gezin leeft zowel sociaal als fysiek geïsoleerd in hun huisje. De vader bezoekt eens in de 6 weken de psychiater, zonder zijn dochters want die kunnen niet naar buiten. Het komt er dus op neer dat de vader een recept afhaalt bij de polikliniek. Geen dokter heeft al sinds tijden de meiden gezien. Maar medicijnen krijgen ze wel, en veel.

Als we rond het middaguur terugkeren op het kantoor is het tijd voor de siësta. Rosalba en Karla gaan naar huis en ik haal bruin brood bij de Spaanse buurvrouw. Na het eten kruip ik even in de hangmat; de verhalen van de families gaan door mijn hoofd, hoe kan ik in vredesnaam ook maar íets veranderen aan de situatie waarin zij zitten? Wat kan mijn bijdrage zijn? Het is zo veel en zo indrukwekkend.

Nog even naar buiten dan maar want hier liggen voel ik me alleen maar rottig en machteloos. Hup, naar het internetcafeetje op de hoek. Via skype waan ik me ineens in een kompleet andere wereld; Zo sta je in een klein hutje te klungelen om een pil doormidden te hakken, en zo sta je oog in oog, (zij het met een scherm ertussen) met het thuisfront. Alsof je bij hen thuis bent. Luxe huizen, lekker eten, altijd warm stromend water, en absoluut geen zorgen over of je morgen nog wel inkomsten/ eten hebt. Daar, aan de andere kant van dat scherm/ van de wereld, gaat het leven door, werken, gezellig eten met vrienden, liefdesperikelen, relaties, feestjes, film, sinterklaaskadootjes...

Enigzins van streek door de gedachte dat ik op dit moment van beide, compleet verschillende werelden, deel uitmaak loop ik even later terug naar huis. Het is 14uur en vanmiddag doe ik met Karla bij nog vier families visitas.
We bezoeken drie andere gezinnen, elk met een bijzonder verhaal wat veelal neerkomt op; armoede, ziek gezinslid, geen behandeling of, als er wel medicijnen worden gebruikt dan vaak niet constant en ook zonder kennis waarvoor en wat het precies is. De consulten aan een van de twee psychiaters breng weinig teweeg. Psychisch zieke familieleden dolen wat rond in huis of slapen. En dat is vaak maar beter zo zeggen de familieleden, want zolang ze slapen zijn ze rustig. De moed zakt me kortom bij elk verhaal steeds verder in de schoenen om het zo maar te zeggen.

Maar gelukkig ook goed nieuws. In de middag is de moeder van de twee meiden (die twee die opgesloten leven) s middags op het kantoortje is geweest. Ze heeft gezellig met Rosalba zitten kletsen en ze heeft uitgebreid informatie gekregen over de medicijnen die haar dochters gebruiken. Er leek een wereld voor de vrouw open te gaan. Ook is het hele gezin uitgenodigd voor een recreative bijeenkomst die over een paar weken georganiseerd wordt. De officiële uitnodiging hiervoor moet nog volgen maar de vrouw heeft 100x gevraagd of we haar echt niet zullen vergeten uit te nodigen, zoveel zin heeft ze blijkbaar om een dagje met het gezin ‘uit’ te zijn. En nee, we zullen haar niet vergeten.
Die ochtend tijdens de visitas was ze gespannen, bozig en bleef aan een stuk door praten alsof er al in geen jaren iemand naar haar geluisterd had. Die middag verliet ze tevreden glimlachend het pand, en dat is toch maar mooi een glimlach.

donderdag 11 november 2010

Zoete broodjes


‘Pan dulce pan dulce pan dulce pan dulceee’ hoorde ik vanmorgen een mannenstem schreeuwen. Hij loopt waarschijnlijk voorbij met een grote mand met zoet brood die hij op zijn hoofd draagt, zo zag ik gisteren veel van deze verkopers. Door de straat dendert een zware diesel bus, hanen kraaien, volgels fluiten en kinderen gillen en rennen hun weg naar school. Het is half acht en de zon schijnt. Uit het kleine raam van mijn nieuwe huis kan zie ik groene bergen waartegen kleine stenen huisjes zijn gebouwd en daarboven een strak blauwe hemel. Ik ben al vanaf 5 uur vanmorgen klaarwakker, zal wel iets met een jetlag te maken hebben. En, ow ja ik besef ineens ik ben sinds gisteren in Matagalpa, Nicaragua.
Ik ga de trap af naar het kleine keukentje en zet koffie. Beneden mijn woonstudio is de ruimte waar Cuenta Conmigo haar kantoor heeft. Op het grote witte planbord onderaan de trap staat met grote letters; ‘Buenvenida Maaike a Cuenta Conmigo’. Gistermiddag hebben Karla en Rosalba, de twee ‘werknemers’ van Cuenta Conmigo mij hier opgewacht. Karla is psychologe en werkt sinds een jaar voor Cuenta Conmigo en Rosalba is moeder van een zoon met schizofrenie en is al vanaf de oprichting betrokken bij de organisatie. Ik werd hartelijk ontvangen en meegenomen voor een drankje verderop in de straat.
De straten van Matagalpa hebben geen naam, (de wijken wel) en ook geen nummers dus laten Rosalba en Karla mij herkenningspunten zien zodat ik de weg naar la casa terug kan vinden (blokken tellen geblazen) en vertellen ondertussen over Cuenta Conmigo en de stad Matagalpa.  Ik weet niet wat ik precies verwachtte van de stad maar ik verbaasde me over zo’n beetje alles. De huisjes zijn klein, wel van steen maar veelal met golfplaten op het dak. De straten zijn veelal van steen maar sommige stukken zijn zanderig evenals de stoep. Het ruikt overal naar markt en BBQ, weet niet hoe het anders te omschrijven. Er hangt een rustiger sfeer dan in de hoofdstad Managua (waar het een  chaos is) en er is veel groen. Het voelt alsof ik de enige ‘toerist’ ben in deze stad of misschien straal ik gewoon uit dat ik hier voor het eerst ben en nog moet wennen.
Als Rosalba en Karla aan het eind van de dag naar huis gaan ben ik voor het eerst alleen in mn nieuwe huisje, of zeg maar huis want het is er ruim. Het heeft een donkeren houten vloer en donker houten meubels( twee bedden dus kan elke nacht kiezen). Er staat een koelkastje en er is een kleini keukenblok. Naast het woongedeelte is een ruimte waar Cuenta Conmigo bijeenkomsten organiseert, deze heeft een openslaande deur naar een balkonnetje en een hangmat voor de deuropening (handig voor de siesta). In de douche (die lekker koud is) staat een grote regenton voor het geval dat er geen water uit de kraan komt wat af en toe het geval schijnt te zijn. Dit gaat ook een probleem zijn bij het openen van de wasserette in de garage van het pand. De aansluiting voor de wasmachines is er al en geld voor machines ook alleen het wachten is op een akkoord van de stedenband.  Als het zover is moet er dus een grote tank op het dak van het huis worden geplaatst zodat er in geval geen water een voorraadje is. Als de wasserette een succes wordt, kan Cuenta Conmigo onafhankelijk van externe geldschieters worden, maar zover is het dus nog niet helemaal.
Vanmorgen heb ik samen met Rosalba het ziekenhuis van Matagalpa bezocht, ik werd er stil van. Overal wachtruimtes vol mensen. 10-persoons ziekenzalen waar alles en iedereen in-en uitloopt (behalve dan verpleegkundigen die zie ik bijna niet, die komen schijnbaar alleen voor de medicatie). Vroeger liepen er zelfs honden door het ziekenhuis vertelt Rosalba. Patiënten worden vooral verzorgd door hun familie of aan hun lot overgelaten als ze die niet hebben. Het is er warm en het ruikt er niet fris. In een van de bedden die nauwelijks zijn opgemaakt en meer lijken op een soort antieke brancard, verteld een jongen ons dat hij gisteren geopereerd is. Terwijl hij met spoed naar het ziekenhuis moest werd ook zijn jonge zwangere echtgenote (24jr) opgenomen. Zij verloor haar kindje in het ziekenhuis, werd naar huis gestuurd en is nu alleen thuis om voor hun twee jarig zoontje te zorgen terwijl zij nog nabloed en haar man hier in het ziekenhuis ligt. Bij haar is er niemand en hij zegt niet te weten hoe het met haar gaat, ik krijg er een rotgevoel van in mijn buik en dan is dit nog maar een verhaal van al die mensen die hier liggen. Krijg het ineens benauwd en veel te warm, hoe armoedig kan gezondheidszorg zijn? Ik krijg nog een kleine rondleiding over de eerste hulp (privacy ??) en dan staan we  weer buiten.
Ik was met Rosalba in het ziekenhuis omdat een nieuwe patiënte van Cuenta Conmigo  een eerste  afspraak had met de psychiater. Deze zit een paar ochtenden per week in dit ziekenhuis in een kantoortje waar ze psychiatrische consulten doet. Als wij aankomen is de jonge vrouw (27) al naar binnen dus wachten we haar op in de wachtkamer. Als ze even later met haar zus en moeder naar buiten komt gaat ze met haar rug tegen de muur staan, ze heeft een vlakke gezichtsuitdrukking en lijkt met haar gedachten totaal ergens anders te zijn. Ze houdt zich afzijdig en staart voor zich uit. Moeder en zus vertellen dat zij sinds een auto ongeluk 6 jaar geleden psychische klachten heeft gekregen en nooit meer de oude is geworden. 6 jaar hebben ze moeten wachten totdat ze via Cuenta Conmigo een consult bij de psychiater kregen. Daarvoor werden ze dan wel naar huis gestuurd dan wel naar een andere dokter die ook niet kon helpen. Net hebben ze van de psychiater twee recepten gekregen voor medicijnen die ze moeten gaan kopen in een Farmacia in Matagalpa. Volgens Rosalba is de psychiater verplicht medicijnen voor te schrijven die gratis verkrijgbaar zijn dus ik vraag mij af waarom deze vrouw medicijnen moet kopen, het is overduidelijk dat zij uit een arme familie komt, dat kan de psychiater toch ook zien? We beloven de familie uit te zoeken of deze vrouw medicatie kan krijgen die hetzelfde werkt maar gratis is. Rosalba zal hiervoor eventueel later de psychiater bellen en we komen later bij de familie thuis om te kijken hoe het gaat. Ook wordt de familie uitgenodigd voor een workshop a.s zondag bij Cuenta Conmigo waar een verpleegkundige zal komen vertellen over medicijnen en er uitgelegd wordt hoe je medicijnen per injectie toedient (gebeurt bij veel antipsychotica). De moeder en zus van de vrouw danken ons hartelijk,  ze zijn zichtbaar opgelucht dat er na zoveel jaar iets lijkt te gaan veranderen al weten ze nog steeds niet precies wat er met hun dochter/ zus aan de hand is.
Ik krijg een klein beetje een indruk van het werk dat Cuenta Conmigo doet. Het zou toch mooi zijn als de organisatie kan samenwerken met de psychiater, dat mensen die begeleiding nodig hebben standaard doorgestuurd worden als ze dat willen bijvoorbeeld. ‘Dat hebben we geprobeerd maar doet de psychiater niet’ zegt Rosalba. De psychiater schrijft medicijnen voor uit een soort ‘liefdadigheid’ en dat is het.  Ik heb het idee dat er heel veel werk te doen is.
Op de terugweg wandelen we een stukje door een drukke ‘winkelwijk’ en langs de markt. Het krioelt er van de mensen, straatverkopers, bussen, taxis, mensen die op straat staan te koken, rijen kinderen in schooluniform en zwerfhonden kortom, een gezellige drukte, ik kijk mijn ogen uit en stel miljoen vragen aan Rosalba die gezellig kletsend naast me loopt. Vanmorgen vertelde de Spaanse doña Angela, die een kruide winkeltje/ bakkerij heeft tegenover Cuenta Conmigo, dat ze ooit voor ‘even’ naar Nicaragua is gekomen en daarna nooit meer is vertrokken, dus ik ben gewaarschuwd. ‘Aqui puede pasar todo’ (hier kan vanalles gebeuren) zij ze.
De siësta is zo’n beetje over en het wordt iets minder warm. Nog een paar uurtjes en dan gaat de zon onder. We weten nooit precies wat voor een weer het gaat worden, maar,  zeiden Rosalba en Karla, kijk maar naar de antennes boven op de berg die je ziet als je uit je raam kijkt. Als die in de wolken staan komt er regen. Ik kijk opzij uit mijn raam: de antennes steken af tegen een stralend blauwe lucht en ik begin me heel langzaam een klein beetje thuis te voelen.

zondag 7 november 2010

Nog twee nachtjes in mn eigen bedje

Lieve allemaal
Daar issie dan, een echte blog, was even online knutselen maar ik hoop dat het de moeite waard is om zo jullie op de hoogte te houden van mijn ervaringen in Matagalpa, Nicaragua. Ik weet nog niet precies hoe eea werkt maar ik hoop via deze weg van jullie wat te horen/ lezen en ik zal mn best doen af en toe een mooi verhaal te schrijven en wat pictures te plaatsen.
Dinsdagochtend vertrek ik om 10u vanaf schiphol. Vlieg via Houston (daar 4 u wachten en waarschijnlijk dubbel en dwars gecontroleerd worden) en zal s avonds om 21.30 (is in NL dan 7uur later) in Managua aankomen. Woensdag reis ik dan door naar Matagalpa om kennis te gaan maken met Cuenta Conmigo en mn voorlopig nieuwe stekje.

Ik vind het hartstikke spannend, maar heb ook heel veel zin in deze reis!

Ga julllie missen!

dikke kus en tot mails/ bels/ blogs (?)